dinsdag 13 augustus 2013

Candy Crunch; spelen in levels

In deze laatste weken van de grote vakantie zie je wat onder spelen verstaan kan worden. In de kranten vol komkommernieuws is nu aandacht voor “het verdienmodel” van de gratis Candy Crunch waar “half Nederland waaronder vooral kinderen” proberen naar het volgende level te komen…met of zonder een beetje betaalde hulp. Leuk, verslavend, uitdagend, maar is het spelen? Natuurlijk.

Spelen is een makkelijk te gebruiken werkwoord. Van spelen met een iPhone naar spelen met gedachten, via het misverstand dat alleen kinderen spelen. Iedereen kan spelen, met alles, overal en altijd. Spelen draagt bij aan ontwikkeling en kan ontwikkelingen remmen of de verkeerde kant uitsturen. Spelen kan heel goed tot vreselijk slecht zijn.

Wat is goed?


Maar toch of gamen, spelen is met een vormende positieve bijdrage voor ontwikkeling waag ik te betwijfelen. Een belangrijk component lijkt te ontbreken. Een ondergewaardeerd, vaak niet gezien en moeilijk te omschrijven element; voelen dat je eigen baas bent in jouw eigen speelwereld. Daar is niet veel voor nodig. Belangrijk kenmerken van goed spelen zijn ‘grenzen verkennen en verleggen”, ‘vaardigheden inoefenen door veel herhalen’ en ‘inzichten verwerven door overzicht en uitproberen’. Bij Candy Crunch doet een kind niet anders.

Een eigen wereld vraagt om grenzen, vrijheid, eigen gedachten en zelf doen. Iemand kan Candy Crunch spelen vol overgave, nauwelijks aanspreekbaar, opgenomen in de speelwereld van schuivende snoepjes, het brein gericht op het zoeken naar de juiste handeling binnen de grenzen van het speelveld. Slechts een voorwaarde voor goed spelen ontbreekt… de meest essentiële; de vrijheid om zelf te beslissen wat goed is. Om het volgende level te bereiken moet aan de verwachtingen van de fabrikant worden voldoen. De oplossingen van de speler zijn daaraan ondergeschikt. Vrijheid bepaalt de kwaliteit van spelen.

Hetzelfde spel met knopen of snoepjes, zelf uitgevonden met eigen regels, kan beter spelen zijn, al lijkt het minder voor te stellen. Zoals kinderen die met zand spelen naar eigen idee, alleen of samen, op een hoger niveau spelen dan kinderen die hetzelfde doen omdat hun vader toekijkt terwijl ze zijn aanwijzingen uitvoeren. Spelen heeft altijd te maken met loslaten na mogelijk maken.

Loslaten is veel moeilijker dan mogelijk maken. We willen wel dat kinderen zichzelf amuseren maar binnen grenzen. We willen weten waar ze zijn en waarmee ze bezig zijn. Ze krijgen steeds minder vrijheid waardoor ze beperkt raken en ontwikkeling kansen mist. Een voorbeeldje; Met alle aandacht voor taal en woordjes aanleren vergeten veel mensen kinderen met vriendjes te laten praten. Kinderen spreken beter, langer en ingewikkelder met andere kinderen dan tegen grote mensen. Wij zorgen voor kennen maar geven vaak weinig ruimte voor wat daar mee kan. Vaak zien we dat zelf niet want we zijn betrokken, hebben het beste met ze voor, weten hoe het moet en willen geen tijd verspillen.

Onze ervaring, staat het geven van ruimte en vrijheid in de weg. Want ‘wat als…’ vormt vaak aannames. ‘Als ze dan maar niet vallen” verandert snel in ‘Als ik ze niet vasthoud, vallen ze vast”. ‘Als ik niet weet waarmee ze bezig zijn, kunnen ze van alles doen’ beperkt de vrijheid tot ‘ze mogen doen wat ze willen zo lang ik ze kan zien’. Kortom ‘het is leuk als ze gewoon doen wat ik voorstel of goed vind’.

Spelen is in de afgelopen jaren steeds vaker verworden tot zekerheid willen over waar een kind mee bezig is, hoe het dit zo goed mogelijk kan doen en wat daarvan de waarde voor ontwikkeling en educatie is.

De levels van Candy Crunch is net als zandkastelen en popcakes maken volgens aanwijzingen en prinsessenjurken uit de speelgoedwinkels en educatief speelgoed waarmee kinderen het enige juiste antwoord kunnen vinden. (Nijntje gaat met de trein…nee dat is niet goed…probeer het nog een keer). Allemaal veel mooier, duidelijker en naar wens van kinderen en grote mensen dan zelf moeten bedenken hoe je een spel kunt spelen, of zelf iets in elkaar kunt flansen.

Ook voor kinderen is loslaten moeilijker dan mogelijk maken. Een voorbeeld of aanwijzing volgen geeft meer zekerheid dan zelf iets verzinnen. Inventiviteit heeft vrijheid nodig en moed om ze te gebruiken met vaardigheden en inzichten als gereedschappen. Onze waardering helpt.

Leonard Huizinga beschreef het in zijn Homo Ludens; Ontwikkeling ontstaat uit zelf gevonden variaties. Van spelen met klanken voor nieuwe melodieën eventueel vast te leggen in notenschrift, tot uitvindingen gebaseerd op verworven kennis….het is allemaal spelen. Goed spelen bevat een originele bijdrage van de speler. Het originele is de bijdrage aan de ontwikkeling. Vaardigheden en inzichten en ondersteunen of bewijzen deze vondst maar zijn niet de vondst zelf. Ze kunnen slechts voorwaarden zijn voor nieuwe vondsten als daar vrijheid voor is om deze zelf te creëren.

Kortom; laat ze lekker klooien.

Marianne de Valck: gespecialiseerd in het geven van onafhankelijke informatie over spelen en speelgoed vanuit een pedagogische achtergrond. Eigenaresse van Adviesbureau Spelen en Speelgoed.