dinsdag 8 oktober 2013

Wanneer noem je een school een Superschool?

Na het zien van de documentaire van Tegenlicht met de naam “Superschool” waarin schooldirecteur Eric van ’t Zelfde de ambitie heeft om met zijn school de beste van Nederland te worden, heb ik zelf erg nagedacht over mijn eigen mening hierover. De school van deze directeur staat in een achterstandswijk in Rotterdam. Ik ben van mening dat de wijk waarin mijn school staat hier mee te vergelijken valt. Ik ben ook van mening dat ik het geheel eens ben met de visie die deze man heeft; namelijk de kinderen een eerlijke en gelijkwaardige toegang tot een succesvol leven willen geven, en daar best veel voor willen doen en ook laten.

Op de school in Rotterdam hadden ze een heleboel gedragsregels, waarvan meneer ’t Zelfde het heeft teruggebracht naar één, duidelijke regel: “Je gedraagt je”. Iets waarvan ik meteen dacht, ja! Dat wil ik ook op onze school…

In onze binnentuin, een tuin waar veel bomen en planten de volledige vrijheid krijgen te groeien en bloeien zoals zij willen, staan een paar tafels en stoelen. Iedere ochtend begin ik daar, samen met een aantal collega’s, met een kopje koffie de dag. Daar ontstaan de meest geweldige gesprekken. Zo ook over deze documentaire.

“Allemaal leuk en aardig bedacht” zei een zeer gewaardeerd collega “maar je kan toch niet zomaar ieder kind dat zich misdraagt op straat zetten? Maatschappelijk gezien is dat geen goede zaak, want geen enkele school wil zo’n kind aannemen, en wat gebeurt er dan met het kind?” Ook deze opmerking zette mij aan het denken; het is waar dat meneer van ’t Zelfde (een meesterlijke naam, vind ik!) veel kinderen (en collega’s) heeft verwijderd van zijn school, maar naar mijn idee had hij daar al het recht toe. Als jij van jouw school een veilige school wilt maken, dan moet je rigoureus te werk gaan. Als je het kan verklaren, goed kan onderbouwen, dan heb je al het recht hier toe. Gelukkig was de rechter het eens met de onderbouwing van meneer van ’t Zelfde en werd een kind dat verwijderd was, niet teruggeplaatst.

Iets wat mij ook uit deze documentaire is bij gebleven is het feit dat leerkrachten, de mensen die het meest met de kinderen van doen hebben, het minst verdienen. Hoe verder je van de onderwijsvloer werkt, hoe meer je verdient. Iets wat mij blijft storen! Niet dat ik een golddigger ben, iemand die werkt voor het geld (of de vakanties) maar wel iemand die vindt dat zij te weinig verdient voor wat zij, en haar team, de leerlingen biedt. Want het lesgeven is zoveel meer (geworden) dan het “afdraaien” van de lessen. Er komt zoveel meer bij kijken; individuele handelingsplannen, cursus zus, cursus zo en dan heb ik het nog niet eens over “gewone” normen en waarden die wij onze kinderen bijbrengen, die soms veel meer energie kosten dan een les rekenen of taal.

Laatst hadden wij een studiedag en op de dag zelf werd er afgebeld door de cursusleider, ziek. De leerkrachten van de groepen 3 t/m 8 konden in deze tijd achterstallig werk oppakken, een heuse verademing! Iedereen heeft uren achter elkaar keihard gewerkt voor zijn of haar klas. In de pauze was iedereen vreselijk opgelucht en blij dat er eindelijk tijd was om bepaalde zaken op te pakken, voor de klas.

Wat moet er gebeuren om het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zover te krijgen de werkdruk te verminderen en het salaris te verhogen?

Ik schuif met liefde Eric van ’t Zelfde naar voren als minister van Onderwijs.

Over Susanne: 32 jaar, leerkracht groep 6 op de Dorus Rijkersschool in Amsterdam, woonachtig in deze prachtige stad, speelt gitaar, maakt graag foto’s, bezoekt concertjes in Paradiso en is graag met vrienden samen voor een wijntje en een goed gesprek.