maandag 21 oktober 2013

Zeven woordjes; over woordenschat bij kinderen

Hoofd, haren, water, nat, buiten, schoentjes, voetjes …

Zomaar zeven woordjes van een net twee-jarige? Nee hoor. Een heel verhaal met gebaren en al. Een duidelijke gezichtsuitdrukking dat ze het niet leuk vond. Op het kinderdagverblijf waar ze zit hadden ze regen nagebootst en had ze buiten met de paraplu gestaan waarover met een gieter water werd gegoten. Haar schoentjes werden nat, en ook haar voetjes wist ze ons te vertellen.

Woordenschat is toch wel erg belangrijk tegenwoordig. Kinderen met een grote woordenschat kunnen verhaaltjes en teksten beter begrijpen en makkelijker met nieuwe informatie omgaan.

Ook op mijn school vinden we woordenschat erg belangrijk. We zijn hiermee volop aan de slag geweest m.b.v. de 4-takt-methode van Marianne Verhallen. Vier fases die erg belangrijk zijn bij het aanleren van nieuwe begrippen en betekenissen. Het boek “Met woorden in de weer” stond hierbij centraal. Een prachtig, makkelijk leesbaar boek, waarin alles duidelijk wordt uitgelegd.

In het kort zal ik de fases die we nu op school toepassen tijdens onze dagelijks lessen weergeven:

  1. Voorbewerken: Hier maken we de kinderen betrokken en zorgen we ervoor dat kinderen enthousiast raken.
  2. Semantiseren:  Een moeilijk woord voor de woordbetekenissen duidelijk maken. Heel belangrijk in deze fase is de herhaling. Het woord moet wel 7x genoemd worden in verschillende contexten voordat iemand kan onthouden wat het betekent. Dit voelt heel vreemd voor jezelf, maar het is wel goed voor het leren van nieuwe woorden. Probeer het maar eens. Leg maar eens uit op verschillende manieren wat het woord “stoel” betekent.  Een voorbeeld waarbij je gebruik maakt van het echte voorwerp en ook laat zien wat je zegt: Dit is een stoel. Op een stoel kun je zitten. Een stoel heeft vaak vier poten en rugleuning. Er kan maar 1 persoon op een stoel zitten. Op een bank zit je meerdere personen. Welke kleur heeft deze stoel? Een stoel kan van hout zijn, maar ook van leer of van stof. Op een houten stoel kun je ook goed staan als je iets wilt pakken waar je niet bij kunt. Zitten jullie ook op een stoel?
  3. Consolideren: Inslijpen. Spelletjes en oefeningen doen met de nieuwe woorden. Laat ze zelf experimenteren en noem het woord zo vaak mogelijk. Bij het voorbeeld van net zou je bijvoorbeeld de stoelendans kunnen doen. Of een stoel versieren voor een jarige. Stoelen in volgorde zetten van groot naar klein.
  4. Controleren: Tja helaas erg belangrijk in het onderwijs is het nagaan of de kinderen het woord ook kennen. Dit kan op een speelse manier, maar er zijn natuurlijk ook toetsen. Erg jammer alleen dat sommige toetsen verouderd zijn en er woorden in staan die wij nu niet meer gebruiken.

En thuis? Gewoon praten zoals je altijd praat. De dingen bij de naam noemen. Zoals laatst toen ik me verslikte aan tafel en erg moest hoesten. Ik zei dat er een kruimeltje in het verkeerde keelgat schoot. De oudste vroeg wat ik bedoelde. Ik heb uitgelegd dat er in je mond twee “gaten” zijn. Een waardoor je eten naar je buik gaat, de slokdarm. Oh, zei ze, van smakelijk eten slok slok slok. En een waarmee je ademhaalt, je luchtpijp. Daar gaat de lucht door. Tja en of ze het nu onthoudt of niet. Eén keer zijn de woordjes al genoemd. Nog 6 keer te gaan. ;-)

Over Linda: getrouwd, moeder van 2 dochters, teamleider op een basisschool, lezen, koken&bakken, creatief met papier,  garen en stof, perfectionistisch, opgeruimd, georganiseerd, dol op afstreeplijstjes.