dinsdag 21 januari 2014

Ouderavond

Ouderavonden zijn ouderwets, probeerde iemand mij duidelijk te maken. Zij pleitte voor “een digitaal schoolplein” om informatie te delen. Wie van Quebble houdt moet het voor een belangrijk deel met haar eens zijn. Inderdaad komen tegenwoordig minder ouders naar een ouderavond dan vroeger, worden kinderen vaker uit school gehaald door moeders die geen tijd voor een praatje hebben of Engels sprekende nanny’s die wel willen maar niet kunnen kletsen of ouders die niet uit hun auto stappen maar wachten tot hun kind is ingestapt.

De informatie die tot voor kort op ouderavonden werd gegeven bestaat nu uit een link van een website, waar alles te vinden is. Dit spaart tijd en voorkomt ongetwijfeld teleurstelling over sprekers die niet leuk waren, onderwerpen waar men geen belangstelling voor had en gesprekspartners die het niet met je eens waren.

Ik ben in de afgelopen ruim dertig jaar vaak spreker geweest op ouderavonden over allerlei onderwerpen die met spelen te maken kunnen hebben. Van “Waar op letten bij speelgoed kiezen” via “omgaan met vallen, falen en vies worden” (de drie V’s J) tot “erkenning voor de meest essentiële voorwaarde voor menselijke ontwikkeling; voorwaardenscheppende zorg voor spelen” en nog veel andere praktische, theoretische, maatschappelijk relevante en  filosofische mogelijkheden. Als de gespreksstof maar iets met spelen (al dan niet met) speelgoed te maken had.

Het niveau wisselde, net als de grootte van de groep. Zonder dat hier per definitie een verband tussen zat. Op dorpsscholen was het vaak volle bak, met ouders tot in de vensterbanken. Op enorme scholen waren groepjes van hooguit tien mensen geen uitzondering. Ik stond in enorme aula’s op een toneel of zat op een barkruk op een tafel (met daaronder een Perzisch tapijtje tegen het schuiven…ik heb hoogtevrees!) Het tarief was hetzelfde.

In een klein groepje komen vaker discussies los waarbij mijn stuurmanskunst op de proef werd gesteld. In grote groepen moest ik bewust ruimte maken voor interactie en zorgen dat het geen optreden werd in plaats van een inleiding. Dat lukt niet altijd. Discussies gingen vaak na de afsluiting gewoon door op het schoolplein. En na optredens kreeg ik vaak te horen dat men enorm gelachen had om de herkenbare voorbeelden. Het was echt een avondje uit geweest, volgens de ouders.

Ik vroeg mij dan altijd af of het ook nog zinnig geweest was, want  je bent Hollander of je bent het niet. Het moet wel een beetje zinnig zijn om anderhalf uur naar een spreker te luisteren. Maar vooral niet te pijnlijk. Beetje prikken mocht, kietelen ook, confronteren niet. De grenzen las ik af van opgetrokken wenkbrauwen en steelse blkken. Ik nodigde de zaal altijd uit, nee niet altijd…in Amsterdam niet… om het vooral met elkaar oneens te zijn. Dat is goed voor de verdieping. In het westen van het land, werkte dit beter dan in het oosten. In Amsterdam was men het bij voorbaat met mij en elkaar oneens en moest je van goeden huize komen, weten waar je het over hebt tot achter de komma. Wanneer dat lukt, is er geen leuker publiek dan Amsterdammers. Maar o wee als zij het beter (denken te ) weten, dan word je als provinciale amateur weggezet. In Rotterdam moest het altijd vooral praktisch zijn. Ok theorie…maar wat doen we daarmee in de praktijk.

Overal, op ieder niveau, met en zonder ouders uit alle windstreken en bij nieuwe, oude, progressieve of behoudende scholen waren de gesprekken in de pauze het leukst. Daar vlogen de meningen en de ervaringen over en weer, werden kinderen toegelicht en begrepen, kwamen herkenning en erkenning van elkaars kinderen en mogelijkheden tot stand. Daar groeide de betrokkenheid bij eigen en andermans kinderen, de school en ouders voor wie wilde zien wat daar gebeurde.

Waar kun je beter over je eigen kind vertellen dan op een ouderavond van zijn school aan een ouder van een leeftijdgenootje. Waar kun je beter ervaringen delen en belevenissen toetsen. “Vindt hij die juffrouw ook zo lief?”, “Ja mijn zoon speelt graag met jouw zoon.” “Zullen we eens afspreken wanneer ze bij ons kunnen komen spelen!”, “Heeft ze dat gezegd! O ik begrijp waar dit vandaan komt. Ik zal het haar uitleggen.”  En natuurlijk ook. “Het was een herkenbaar voorbeeld wat we net hoorden. Meer kan met minder. Als we dat binnen de sfeer van de school kunnen houden, geven we kinderen echt iets mee.” Of “O maak jij gebruik van een speelotheek! Hoe bevalt dat?” of “Als we onze kinderen goed willen laten spelen op het schoolplein zullen we daar iets voor moeten doen.”

Dit soort reacties zijn volgens mij niet te verwachten na een digitale nieuwsbrief. Ik pleit voor ouderavonden, met een goede spreker, aantrekkelijke onderwerpen waar iedere ouder mee te maken heeft, met tijd om met elkaar te praten en een duidelijke uitnodiging waaruit blijkt dat alle ouders verwacht worden. (Dus niet we zouden het leuk vinden als u komt…nee we verwachten u). En ja…ik kom graag….als u dat wilt.

Meer informatie over Marianne Valck leest u op haar website www.speelgoedadvies.nl.

Marianne de Valck: gespecialiseerd in het geven van onafhankelijke informatie over spelen en speelgoed vanuit een pedagogische achtergrond. Eigenaresse van Adviesbureau Spelen en Speelgoed.