woensdag 11 juni 2014

Moeite vraagt moed

De groene golf raast over speelruimtes. Kinderen moeten vooral naar buiten, liefst naar een natuurlijke omgeving. Het wordt tegenwoordig heel belangrijk gevonden om ze te laten spelen met water, modder en takken. Zie ze gelukkig struinen door de bosjes, bloemen plukken, lieveheersbeestjes door een vergrootglas bekijken! We gunnen kinderen wat velen van ons, opgegroeid in stadse omgeving met hooguit een grasveld naast het metalen klimrek, niet deden toen we kind waren. Hutten bouwen van gebogen takken, dijken maken in een sloot, kikkervisjes vangen, bramen plukken, in bomen klimmen, geweldig!
We zijn daarvoor bereid onze buitenruimte letterlijk om te scheppen. Hier en daar zie ik als compromis midden op een betegelt schoolplein een hoop aarde met een boomstamtrappetje verrijzen. De tegels blijven om te voetballen, het heuveltje voor de groene ervaring.

Visie en praktijk

In de praktijk hoor ik ook andere geluiden. Begeleiders vrezen het onbegrip van ouders. Want kinderen worden vies van modder, lopen misschien een of andere ziekte op door vervuild water of ze steken giftige bessen in hun mond of worden geconfronteerd met een dode vogel waar de maden uit kruipen. ‘Ouders”, zo denken veel begeleiders, zijn niet blij met vuile kleding en geschrokken kinderen die pijn hebben.
Heel vaak blijken het in de eerste plaats niet de bezwaren van ouders, maar van de begeleiders. Idealen worden gehinderd door praktische bezwaren. Van hoeveel begeleiding wel nodig is naar zand in de school. Spelen in de natuur, kost moeite. Bovendien klinkt ‘ieder kind heeft recht op zijn eigen bult’, leuk… maar wie is daarvoor aansprakelijk! Over de waarde van spelen in een natuurlijke omgeving is men het meestal snel eens. Over de daarbij behorende risico’s minder. Weten waar iets wel of niet goed voor is en wat men daar voor over heeft, is een afweging waaraan voldaan zal moeten worden voor we kinderen loslaten.

Kennen voor kunnen

Wie kinderen in een natuurlijke omgeving wil laten spelen zal meer van die omgeving af moeten weten. Grijze schoolpleinen zijn overzichtelijk. Tot nu toe mochten begeleiders vertrouwen op de WAScertificering voor speeltoestellen. Voor laten spelen in een natuurlijke speelruimte geldt geen WAS. Hiervoor is kennis nodig van planten en dieren, zin en onzin, voorkomen en behandeling.
Begeleiders moeten weten welke planten wel of niet, veel of weinig, giftig zijn. En welke wel of niet eetbaar. Ze moeten kunnen omgaan met bijensteken, splinters, allergiereacties, teken en angsten voor spinnen. Ze zullen zich over hun eigen angst en weerzin over alles wat glibberig, harig en slijmerig is, heen moeten zetten. Moeite en moed zijn nodig om risico als essentiële voorwaarde voor goed spelen te accepteren.
Pas daarna zijn ouders te overtuigen.

Aannames beperken

De natuur is geen hemel op aarde. De natuur is soms dood, ongezond, harig, vervelend, pijnlijk, gevaarlijk. We kunnen en mogen kinderen daar niet van weghouden. Kinderen leren door vallen en opstaan. In onze wereld vol moeten en aansprakelijkheid dreigt vallen als noodzakelijk kwaad uit het zicht te verdwijnen. Uit het zicht… nog zo’n uitdrukking waar ouders en begeleiders, ongerust door worden. Want stel je voor….
Helen Tovey concludeerde in haar boek Laat ze buiten spelen, niet voor niets, dat 8 van de 10 waarschuwingen van vrouwen aan buitenspelende kinderen, gebaseerd zijn op aannames. ‘Pas op, straks val je’, ‘Weet dat je moeder dit niet leuk zal vinden”, Stel je even voor wat het effect is wanneer je je best doet en een kind zegt: “Dat wordt niks, geloof me maar”.
Wanneer we weten wat we – in de natuur- kunnen aantreffen en hoe we kunnen handelen, zullen we moeten accepteren dat er risico’s binnen grenzen zijn. Om te leren met vallen en opstaan, moet je mogen vallen. Alle vervelende ervaringen willen voorkomen is niet verstandig. Er mee om leren gaan, wel.
De kans dat er iets ergs gebeuren zal, is vaker kleiner dan de kans op succes en zelfs negatieve ervaringen hebben positieve waarde.

Ruimte voor onzekerheid

Bij alle informatie over risico lijkt het belang van moeite doen ondergesneeuwd. De achterliggende oorzaak van ons risicomijdende gedrag is ons verlangen naar zekerheden. Deze is niet alleen vertaald in veiligheid, maar ook in de snelste weg, de duidelijkste resultaten en grote afhankelijkheid van wat ‘anderen’ voor ons bedacht hebben; het gemak. Daarom kiezen ouders graag spelletjes, waarbij maar één antwoord goed is of het door de fabrikant bedachte voorbeeld zo is bedacht dat een kind niet zelf hoeft te modderen of iets waarbij duidelijk is wat een kind daarmee kan doen, omdat ieder knopje een functie heeft. Van de puzzel die maar op een manier te leggen is, tot computerspelletjes met duidelijke scores. Van de wipkip tot beveiligd boomklimmen. We besparen kinderen te graag de moeite om zelf iets uit te moeten zoeken, om iets moeilijkers te proberen dan ze misschien wel aankunnen, om hun eigen ideeën te ontwikkelen, spelregels zelf te verzinnen (wat ze echt heel goed kunnen… kijk maar naar knikkeren). We schermen vaak met wat kinderen wel goed kunnen, delen voor ons begrip alles in leeftijdverwachtingen en niveaus in. We geven ze veel minder kansen om in iets onbekends te bijten. We hebben een hekel aan; ‘Ik weet niet hoe het moet”, ‘Ik kan dit niet”en vooral “Jij moet mij helpen”. Spelen op je eigen manier lijkt op spelen uit het zicht… van de verwachtingen. Spelen in een natuurlijke omgeving geeft minder zekerheden, meer ruimte voor ‘zelf doen’. Dat vinden we vaak eng, maar opvoeden is loslaten. Ja, daar zitten risico’s aan vast. Ho, ik beweer niet dat alles wat kinderen doen goed en grenzeloos is. Waar die grens ligt bepaalt u, als volwassene, door een afweging te maken tussen waarom een kind iets wil, wat en hoe reëel het bezwaar is en wat de waarde van de ervaring kan zijn. Ja,…het mag…mits…onder voorwaarde van…maakt veel mogelijk en voorkomt de wens om bij voorbaat de deur letterlijk dicht te houden.

Marianne de Valck: gespecialiseerd in het geven van onafhankelijke informatie over spelen en speelgoed vanuit een pedagogische achtergrond. Eigenaresse van Adviesbureau Spelen en Speelgoed.